

NRC Handelsblad
7 maart 2016 maandag


Section: Wetenschap; Blz. 18-19
 Wim Köhler

Dat schreef de WHO in een recent rapport over roken in films. 
De aanleiding 
,,Tabak is het enige legale consumentenproduct dat de helft van zijn regelmatige gebruikers doodt, als het precies zo wordt gebruikt als de fabrikant bedoelt." 
Dat stond in een recent rapport van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) over roken in films. NRC schreef er begin februari over. Rokende acteurs zouden (jonge) mensen tot roken verleiden. 
We checken of tabak inderdaad de helft van zijn regelmatige gebruikers doodt. 
Waar is het op gebaseerd? 
De alinea met de alarmerende zin verwijst naar een rapport van de Wereldbank uit 1999 (Curbing the epidemic: governments and economics of tobacco control). In de samenvatting én in het hoofdstuk over roken, gezondheid en de dood staat inderdaad dat de helft van alle langdurige (long-term) rokers op den duur door tabak wordt gedood. Maar zonder literatuurverwijzing. 
En klopt het? 
In de rapporten loopt het spoor naar onderzoeksgegevens dood. Dan maar zelf op zoek. Het WHO-rapport Mortality Attributable to Tobacco duikt op. Uit 2012. Precies wat we nodig hebben. De inleiding begint met: ,,Tabak is de enige legale drug die veel van zijn gebruikers doodt als hij precies zo wordt gebruikt als de fabrikanten bedoelen." 
Op de WHO-website treffen we nog een andere variant uit juli 2015: ,,Tabak doodt tot de helft van zijn gebruikers." Beide cursiveringen zijn toegevoegd, om te laten zien dat de WHO zelf al twijfelt. Het lijkt erop dat de schrijvers van het WHO-filmrapport van eind 2015 oude bronnen hebben geraadpleegd. 
Het probleem voor de epidemioloog is dat roken niet onmiddellijk doodt. (Tenzij de roker natuurlijk rokend in bed in slaap valt.) Als een roker al aan zijn verslaving sterft, is dat doorgaans pas 20 tot 60 jaar later. Tegen die tijd is zelfs de ,,regelmatige gebruiker" vaak al met roken gestopt. Typische rokersziekten zijn hart- en vaatziekten, luchtwegziekten, beroerte of kanker. 
Het Wereldbankrapport schetst de situatie: in de Verenigde Staten gingen tussen 1915 en 1950 steeds meer mannen roken. Dat roken door het hele volk was nieuw. Rond 1950 was je een rare man als je niet rookte. Pas vanaf 1945 begon de sterfte aan longkanker flink te stijgen. 
Rond 1965 rookten al minder mannen, maar de vrouwen begonnen. De helft van de volwassen Amerikanen rookte nu. In 1980 was de sterfte aan longkanker elf keer hoger dan in 1955. Pas later bleek dat de slachting onder rokers door hartaanvallen op middelbare leeftijd nog veel groter was. 
Inmiddels rookt minder dan 20 procent van de Amerikanen. Toch was 16 procent van de sterfgevallen in Amerika in 2004 aan roken toe te schrijven. Dat staat in het WHO-rapport over rokerssterfte uit 2012. Bij die doden zijn zeker veel ex-rokers. Vallen die nog onder de definitie van ,,regelmatige gebruikers"? Uit dit cijfer is niet makkelijk af te leiden of uiteindelijk 1 op de 2 rokers voortijdig overlijdt door een rokersziekte. 
In Europa viel overigens ook 16 procent van alle doden door roken. In Afrika was het nog maar 3 procent. Daar beginnen ze net met roken. Wereldwijd kwam het percentage op 12.  
Verder zoeken levert een een recent review op dat concludeert dat eenderde tot de helft van de rokers ,,uiteindelijk wordt gedood door hun gewoonte". En tenslotte een Australisch onderzoek uit 2015 waarin toch weer de conclusie staat dat van de sterfgevallen onder doorgaande rokers tweederde door roken komt. 
Conclusie 
De WHO zelf zaait weliswaar twijfel over de eigen uitspraak dat de helft van de ,,regelmatige" rokers aan roken doodgaat. Nieuw onderzoek laat dat toch wel zien. We beoordelen de uitspraak daarom als grotendeels waar. 
Deze rubriek beoordeelt een bewering op waarheidsgehalte.  
 